Box 3: Sparen vs. Beleggen (2026)

Over elke € 100.000 boven de vrijstelling betaalt een spaarder in 2026 zo'n € 461 Box 3-belasting; een belegger € 2.160 — bijna vijf keer zoveel. Toch wint beleggen op termijn vrijwel altijd. Reken het hier na.

Interactive Comparison Simulator

Adjust the variables below to simulate outcomes, compare rates, and see real-time projections.

Side-by-Side Comparison

A direct comparison of features, rules, limits, and eligibility requirements.

Feature / DetailSpaargeld (Box 3)Beleggingen (Box 3)
Fictief rendement 2026
1,28% (voorlopig tarief banktegoeden)
6,00% (definitief tarief overige bezittingen)
Effectieve belastingdruk
Circa 0,46% van uw spaarsaldo (36% × 1,28%)
Circa 2,16% van uw beleggingswaarde (36% × 6,00%)
Heffingsvrij vermogen
€ 59.357 (€ 118.714 met fiscaal partner)
€ 59.357 (€ 118.714 met fiscaal partner)
Verwacht werkelijk rendement
1,5% tot 2,5% spaarrente: na belasting en inflatie meestal negatief
Historisch 6% tot 8% op breed gespreide ETF's: na belasting doorgaans ruim positief
Tegenbewijsregeling
Zelden nodig: het forfait ligt al dicht bij de echte spaarrente
Essentieel in verliesjaren: toon uw werkelijke rendement aan en betaal minder of € 0

Pros & Cons Breakdown

Analyze the advantages and drawbacks of each financial product before making a decision.

Spaargeld (Box 3) Pros & Cons

Advantages of Spaargeld (Box 3)

  • Effectieve belastingdruk van slechts ~0,46%: bijna vijf keer lager dan op beleggingen.
  • Gedekt door het depositogarantiestelsel tot € 100.000 per bank, per persoon.
  • Direct opneembaar voor onvoorziene uitgaven; geen koersrisico op het moment dat u het geld nodig heeft.

Disadvantages of Spaargeld (Box 3)

  • Bij 1,5% rente, 0,46% belasting en zo'n 2,5% inflatie krimpt uw koopkracht elk jaar met ruwweg 1,5%.
  • Geen rente-op-rente effect van betekenis: € 100.000 groeit in tien jaar netto naar amper € 111.000.
  • Spaarrentes bewegen mee met de ECB: dalen die, dan verdampt het kleine voordeel direct.

Beleggingen (Box 3) Pros & Cons

Advantages of Beleggingen (Box 3)

  • Historisch rendement van 6-8% op wereldwijde indexfondsen compenseert de hogere heffing ruimschoots.
  • Op tien jaar groeit € 100.000 bij 7% bruto naar circa € 160.000 netto na Box 3-heffing.
  • In slechte beursjaren beperkt de tegenbewijsregeling de aanslag tot uw werkelijke resultaat.

Disadvantages of Beleggingen (Box 3)

  • U betaalt standaard 2,16% belasting, óók in een jaar waarin uw portefeuille daalt: tenzij u zelf tegenbewijs indient.
  • De aanslag moet in cash betaald worden; wie krap zit, moet mogelijk stukken verkopen.
  • Vanaf 2028 wordt jaarlijks over de werkelijke waardestijging geheven, ook zonder verkoop.

What this choice actually costs you

Vijf keer meer belasting — over hetzelfde bedrag

Eva heeft € 159.357 aan vermogen: precies € 100.000 boven de vrijstelling van € 59.357. Zet ze dat op een spaarrekening, dan rekent de Belastingdienst met 1,28% fictief rendement: € 1.280. Daarover 36% belasting is € 461 per jaar. Stopt ze hetzelfde bedrag in ETF's, dan geldt het forfait van 6,00%: € 6.000 fictief rendement, € 2.160 belasting.

Zelfde geld, zelfde persoon, zelfde peildatum: maar de belegger betaalt € 1.699 per jaar méér, ongeacht of haar portefeuille daadwerkelijk steeg. Dat verschil is geen bijeffect maar de kern van het overbruggingsstelsel: de fiscus schat wat elke vermogenscategorie 'gemiddeld' oplevert en rekent daarmee af.

De valkuil zit bij wie het omdraait en puur op belasting stuurt. € 1.699 belasting besparen door te sparen klinkt slim, tot u ziet wat het aan rendement kost.

Wat er na tien jaar werkelijk op de rekening staat

Volg Eva's € 100.000 tien jaar lang. Op de spaarrekening verdient ze 1,5% rente en betaalt ze jaarlijks ~0,46% belasting: netto ruim 1% groei per jaar. Eindstand: ongeveer € 110.900. In een wereldwijd gespreide ETF-portefeuille met 7% gemiddeld rendement en 2,16% jaarlijkse heffing groeit hetzelfde bedrag naar circa € 160.400.

Het verschil, bijna € 50.000, is precies waarom de lage spaarbelasting een lokkertje is voor de verkeerde beslissing. De heffing op beleggen is hoger, maar het rendement waarover die heffing gaat is zoveel groter dat beleggen na belasting alsnog ruim wint.

En dit rekent nog zonder inflatie. Met 2,5% inflatie verliest de spaarrekening elk jaar zo'n 1,5% échte koopkracht, terwijl de belegger er reëel ruim 2% per jaar op vooruitgaat. De grafiek toont de nominale eindstanden; de reële kloof is nog groter.

De verliesjaren: waar de tegenbewijsregeling het verschil maakt

Het zwakke punt van beleggen in Box 3 was altijd het verliesjaar: portefeuille 10% omlaag én € 2.160 belasting betalen. Sinds de Hoge Raad in juni 2024 het forfaitaire stelsel opnieuw afkeurde, bestaat daarvoor de tegenbewijsregeling: kunt u met jaaroverzichten aantonen dat uw werkelijke rendement (inclusief ongerealiseerde koersverliezen) lager was dan het forfait, dan betaalt u alleen over dat werkelijke rendement: bij verlies dus € 0.

Let op de administratieve kant: de bewijslast ligt bij u. Bewaar jaaroverzichten van uw broker en dien het formulier 'opgaaf werkelijk rendement' in. Wie dat nalaat, betaalt gewoon het volle forfait, ook in een crashjaar.

Twee praktische regels tot het nieuwe stelsel in 2028 ingaat: check elk voorjaar of uw echte rendement onder het forfait lag (zo ja: tegenbewijs indienen), en probeer geen peildatumtrucs: wie beleggingen rond 1 januari kort omzet naar spaargeld en binnen drie maanden terugkoopt, wordt door de arbitragebepaling alsnog als belegger aangeslagen.

Twee legale routes om de heffing verder te drukken

Groene beleggingen eerst. Kapitaal in door de overheid erkende groenfondsen krijgt in 2026 een extra Box 3-vrijstelling van € 26.715 per persoon (€ 53.430 met fiscaal partner), plus een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag in Box 1. Voor wie toch al breed belegt, is dit de goedkoopste manier om een deel van de portefeuille uit het 6%-forfait te tillen.

Route twee is de lijfrente. Vermogen op een geblokkeerde lijfrenterekening valt in Box 1, niet in Box 3: nul vermogensrendementsheffing tijdens de hele opbouwfase, en de inleg is binnen uw jaarruimte ook nog aftrekbaar. De prijs: het geld zit vast tot de pensioenleeftijd. Voor pensioenvermogen is dat geen nadeel maar de bedoeling.

Spreid tot slot uw spaargeld over banken: het depositogarantiestelsel dekt € 100.000 per bank, per persoon. Wie € 250.000 op één rekening parkeert, loopt een gratis te vermijden risico dat niets met Box 3 te maken heeft: maar wél met vermogensbehoud.

The Verdict

Kort geld hoort op een spaarrekening; alles met een horizon van 10+ jaar wint bij beleggen.

De fiscus maakt sparen bijna vijf keer goedkoper dan beleggen, en toch is dat voor de lange termijn het verkeerde argument. Bij 1,5% spaarrente verliest u na belasting en inflatie elk jaar koopkracht; bij 7% marktrendement houdt u na de 2,16% heffing ruim 4,8% netto groei per jaar over. De enige situatie waarin sparen wint: geld dat u binnen één tot drie jaar zeker nodig heeft, zoals een aanbetaling voor een woning. Voor al het andere is de hoge beleggingsheffing de prijs van het enige vermogen dat werkelijk groeit.

Choose Spaargeld (Box 3) if...

Huizenkopers en iedereen die het geld binnen 1-3 jaar gegarandeerd nodig heeft, plus de buffer voor noodgevallen.

Choose Beleggingen (Box 3) if...

Iedereen met een horizon van 10 jaar of langer: pensioenopbouw, vermogensgroei, financiële onafhankelijkheid.

Built & MaintainedBuilt by Galvin Mendonca, Finance Researcher
All figures from primary government sources. Last updated July 25, 2026.

Frequently Asked Questions

You Might Also Like

View All

Sources & references

The rules and figures on this page are researched from official primary sources:

Disclaimer: The comparison data, simulator outputs, and projections on this page are provided for general informational and educational purposes only. They do not constitute financial, investment, tax, or legal advice. All values are estimates based on statutory data and hypothetical inputs. Interest rates, contribution limits, tax brackets, and regulatory rules change frequently and vary by jurisdiction. Always consult a qualified professional advisor and verify critical figures with official government publications before making any financial decisions.